
Wijzigingswet Wet toezicht kredietwezen 1992 (verbetering effectiviteit)
Artikel III
De Bank kan, ten aanzien van een kredietinstelling die een dochtermaatschappij of bijkantoor van een niet in Nederland gevestigde kredietinstelling is en waaraan, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, op grond van artikel 6 of 38, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 een vergunning is verleend, indien zij van oordeel is dat de toezichthoudende autoriteit van de Staat waar de buitenlandse kredietinstelling gevestigd is geen of onvoldoende geconsolideerd toezicht uitoefent, deze vergunning op grond van dit oordeel niet eerder dan een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet intrekken.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.